1-2-3 Relatiebeheer Netwerk Installatie
De wijze waarop 123 Relatiebeheer contact zoekt met een SQL Server is volledig instelbaar (alleen in de netwerkversie, de stand-alone werkt alleen maar met een lokale SQL Anywhere editie).
Dit gebeurt tijdens de installatieprocedure, zie een fragment uit de handleiding:

Als men voor ‘Windows Authenticatie’ kiest wordt er met SQL server gecommuniceerd als domain-user, dat betekent dat men binnen de SQL server zelf de diverse netwerk gebruikers toegang zal moeten geven op de database!
Als men kiest voor SQL-Server authenticatie (noodzakelijk als er bijvoorbeeld helemaal geen sprake is van een Windows domain) dan kan men een username en een wachtwoord opgeven. Ook deze gebruiker zal moeten worden aangemaakt en rechten moeten krijgen binnen de SQL server op de juiste database. Alle werkplekken kunnen in dat geval wel gebruik maken van dezelfde SQL-User.
Na de installatie is de wijze van connectie eventueel aan te passen in het bestand 123Relatiebeheer.exe.config. In dit bestand, dat u kunt openen in notepad vindt u bijvoorbeeld:
<connectionStrings> <addname="_123CRM.My.MySettings.ConnectionStringNetwork"connectionString="Provider=SQLOLEDB;Data Source=ServerNaam\InstanceNaam;Persist Security Info=True;Password=e4o;User ID=sa;Initial Catalog=123RelatieBeheer"
providerName="System.Data.OleDb" />
</connectionStrings>
Daar kan een beheerder de connectiestring naar de SQL Server aanpassen.
Let wel!: Als De Installatie van 123-Relatiebeheer ook de SQL Server installeert, dan wordt e.e.a. automatisch correct geïnstalleerd. Als u er voor kiest om een eigen SQL Server te gebruiken is dat natuurlijk geen, maar dan wordt er wel verwacht dat u zelf weet hoe men op de SQL Server rechten dient te geven.
|
|
|